“Jij eet ook overal!” Een opmerking die ik regelmatig naar mijn hoofd geslingerd krijg. En het klopt.

Ik probeer op zoveel mogelijk verschillende plekken te proeven wat er gekookt wordt en hoe de sfeer is (want uit eten gaan is zoveel meer dan genieten van wat er op je bord ligt). Dat doe ik – natuurlijk – omdat ik dit heel erg leuk vind, maar ook omdat het moet. Want hoe anders kan ik uitleggen waarom een bepaalde eetervaring de moeite waard is….

 

Het gaat soms hard. De afgelopen weken at ik bijvoorbeeld bij Le Garage, ging ik uit lunchen bij De Leest *** en dineerde ik bij De Pronckheer. En dat zijn dan alleen nog maar de eetervaringen die ik de moeite waard vind om over te schrijven (ze komen, beloofd!). Want natuurlijk verorberde ik ook hier en daar een hamburger – je ontkomt er op dit moment niet aan – waagde ik me aan streetfood (bij die bekende overdekte hallen) en schoof ik nog meer lekkernijen naar binnen. A girl’s gotta eat? Niet? En deze girl moet er ook nog eens over schrijven!

 


Een waarheid als een koe

En vond ik alles even lekker en geslaagd? Natuurlijk niet! Mijn moeder zegt altijd: “Er is geen kok gevonden die kan koken naar alle monden…” Een waarheid als een koe. Ik eet (bijna) alles, maar ook ik heb natuurlijk mijn voorkeuren. In basis hou ik bijvoorbeeld niet van mousse-achtige texturen. Papperige substanties. En harde bitters? Ook verre van mijn smaak. Maar ja, is een gerecht dan niet goed gelukt omdat ik er toevallig niet van hou? Zo makkelijk kom ik er – vind ik – niet vanaf. Als een onderdeel van een gerecht juist zo gemaakt en bedoeld is (want sommige mensen houden enorm van mousse-achtige texturen), dan is het aan mij te beoordelen of het geslaagd is. Wat ligt er nog meer op mijn bord? Past de mousse bij de rest? Is de substantie homogeen? Wat proef ik eigenlijk nog meer? En klopt de verhouding tussen de prijs en de kwaliteit?

 


Opletten geblazen!

Makkelijker gezegd dan gedaan dan, dat schijven over eten? Dit kan ik je vertellen… Schrijf ik over een eetervaring, dan zit ik allesbehalve relaxed aan tafel. Goed proeven is namelijk hard werken. En – zoals gezegd – let ik dan niet alleen op wat er op mijn bord ligt. Ik let vooral ook op wat er om dat bord heen gedaan wordt. Hoe word ik bijvoorbeeld ontvangen? En hoe zit het verder met de bediening? Hoe gaan ze met hun gasten om? Welke wijn (of non-alcoholisch drankje) wordt er bij de gerechten geschonken? Past dit een beetje? En wat wordt erover verteld? Iets interessants? Of informatie die ik ook zelf op het etiket kan lezen? En hoe zit het met de temperatuur? Van de wijn, maar ook van mezelf. Zit ik op de tocht? Of is het behaaglijk? Als ik dan een extra vraag heb, hoe wordt er door de bediening op gereageerd? En als ik een beetje kritiek uit? Wordt dat met de keuken gecommuniceerd? Wordt er dan uiteindelijk ook echt iets mee gedaan? Zomaar een greep uit de zaken waar ik zoal op let. Tussen het proeven (en foto’s maken) door. Misschien toch iets minder makkelijk dan je had gedacht?

 


Eet en leer

Ik klaag natuurlijk niet. Ik kies er zelf voor te schrijven over mijn eetervaringen. Ik vind het namelijk reuze interessant. Niet omdat food nu toevallig hot is… Maar wel omdat ik over eten niet uitgepraat raak. Ik praat en schrijf er nog over als de foodtrend al lang en breed weer overgewaaid is. Juist omdat eten iets is wat we allemaal doen. En omdat eten cultuur is. Proef je een gerecht, dan leer je meteen iets over de plek waar je bent. En misschien zijn die smaken – als je een beetje geluk hebt – bijzonder. En passen ze niet binnen jouw smaakpalet? Dat maakt het alleen nog maar interessanter! Eet en leer, zou ik zeggen. En bespreek alles wat je ervaart met je tafelgenoten, de bediening, de chef… als het even kan. Want over smaak kan ik (en jij dan hopelijk ook) – gelukkig – urenlang twisten.